Ecuador

Reisinformatie

Ecuador is gelegen in het Noord-Westen van Zuid-Amerika en grenst aan de Stille Oceaan, Colombia en Peru. Het dankt zijn naam aan de evenaar, die het land doorkruist. Hoewel Quito de hoofdstad is, is Guayaquil de grootste stad van het land dat een oppervlakte van 257.217 km² heeft. Voordat het definitief onafhankelijk werd in 1830, sloot het rijk zich tussen 1822 en 1830 aan bij de Republiek Groot-Colombia. De officiële landstaal van Ecuador is Spaans en de grote meerderheid is rooms-katholiek. De beroemde Galapagos Eilanden horen bij Ecuador. Dagelijks vertrekken er vluchten naar de eilanden vanuit zowel Quito als Guayaquil.

Onze ervaring

Veiligheid

Hoewel we zowel in Nederland als in Ecuador veelvuldig gewaarschuwd werden om vooral voorzichtig te zijn, hebben we ons geen moment onveilig gevoeld. Om het Cuyabeno Nationaal Park te bezoeken, moesten we naar Nueva Loja/Lago Agrio afreizen. Dit dorp ligt in een gebied dat door de overheid wordt afgeraden om te bezoeken (alleen noodzakelijk reizen). Uiteindelijk brachten we hier drie volle dagen door, maar zorgden er daar (en in de rest van Ecuador) wel voor dat we voor (of niet lang na) zonsondergang terug in de accommodatie waren. Verder droegen we gedurende onze reis geen juwelen, maar maakten we wel in het openbaar (op straat en in de bus) gebruik van onze telefoons en tablets. Hoewel dit laatste door sommigen wordt afgeraden, hebben wij er verder geen problemen door ondervonden.

Vervoer

Het vervoer in Ecuador is uitstekend. Veel plaatsen hebben een vliegveld, maar omdat dat boven ons budget ligt, reisden wij het hele land door per bus.

Met de bus door het land
Er zijn veel verschillende busmaatschappijen waaruit je in Ecuador kunt kiezen. Hoewel ze allemaal prima bevielen, verraste de bus van Quito naar Nueva Loja (met Baños) ons vanwege de uitstekende wifi aan boord. Het kopen van een ticket is gemakkelijk: je kunt dit van te voren op het busstation doen of je kunt in de bus zelf betalen. Als je van te voren een ticket koopt, dien je je paspoort (of een kopie) mee te nemen. Een ticket naar de volgende stad kost gemiddeld tussen de $5 en $15 dollar (ongeveer $1,50 per uur). Zorg echter dat je op tijd op het busstation bent. De bussen zijn behoorlijk punctueel en staan vaak al een half uur voor vertrek klaar. Onderweg wordt er gemiddeld één keer in de drie uur gestopt, zodat iedereen naar het toilet kan, maar tijd om onderweg te lunchen is er niet. Zorg dat je zelf wat te eten en drinken meeneemt of koop het van de verschillende verkopers die gedurende de reis in- en uitstappen.

In de stad
In de steden rijden verschillende stadsbussen die overal op de route kunnen stoppen om je er uit te laten. Voor deze bussen betaal je, ongeacht of het een grote of een kleine stad is, gemiddeld tussen de $0,25 en $0,35. Wil je rechtstreeks naar een bepaalde locatie worden gebracht? Over het algemeen betaal je ook niet veel voor het nemen van een taxi. Gemiddeld kost je dit tussen de $0,50 en $1,00 per kilometer.

Bevolking

Hoewel de mensen erg aardig zijn als je wat meer contact met ze hebt (de eigenaar van het hostel of de fruitverkoopster bij wie je tassen vol groente en fruit koopt), is de bevolking hier minder open en hartelijk dan in bijvoorbeeld Nepal, India en Nieuw-Zeeland. In Ecuador wordt je vooral met rust gelaten en hoef je niet bang te zijn dat de passagier naast je in de bus een gesprek met je aan zal knopen (als je daar niet op zit te wachten).

Wil je zo gemakkelijk mogelijk door het land reizen? Dan is het aan te raden om van te voren Spaans te leren. Hoewel de meeste hosteleigenaren aangeven dat ze Engels spreken, is dat zelden het geval. Zowel in de grote als kleinere steden bespaar je jezelf een hoop frustratie als je een woordje Spaans spreekt en verstaat. Onderweg zijn er verschillende scholen waar je je kennis bij kunt spijkeren. Wij kozen er bijvoorbeeld voor om een week lang Spaanse lessen te volgen in Cuenca. Niet alleen een goede manier om je spreken en begrijpen te verbeteren, maar ook leuk om meer te leren over het land, de cultuur en de samenleving tijdens de discussies (over de cultuurverschillen) in de lessen.

Schoonheid

Ecuador is een prachtig, en vooral, groen land. Tijdens de busreizen door de bergen kun je waarschijnlijk geen genoeg krijgen van het landschap om je heen. Veel van de steden liggen in een prachtige omgeving, waardoor het uitzicht als je door de stad wandelt, geen moment verveelt. Wil je al het moois zien dat de Amazone biedt? Vanuit Ecuador is dit prachtige natuurgebied vanuit verschillende steden en op verschillende manieren te bereiken en te bezoeken. Afhankelijk van je eigen voorkeur, kun je kiezen voor een luxe lodge of kamperen in de jungle. Ben je actief? Dan kun je er heerlijk wandelen of kajakken.

Gaan of overslaan?

Gaan! Wie de Galapagos Eilanden wil bezoeken, dient eerst naar Ecuador af te reizen. Maar ook buiten een bezoek aan de beroemde eilanden, is het land jouw bezoek meer dan waard. Ecuador is groen, milieubewust, punctueel en prachtig. Van een bezoek aan het Cuyabeno Nationaal Park tot raften in Tena: wij hebben hier een fantastische tijd gehad.


Reisverslagen

Ecuador is groen

Het landschap raast voorbij. Een oude vrouw, gehuld in traditionele kledij, daalt langzaam de berg af. Het felroze steekt af tegen het groene landschap. Er lijkt geen einde aan te komen. Hoewel het een prachtig plaatje zou hebben opgeleverd, rijdt de bus in volle vaart door. Weg van de vrouw en door naar…

De Amazone

“Ik word gevolgd…” Onze gids stopt onverwacht en begint druk met zijn handen in de lucht te wapperen. Niet erg onder de indruk van zijn gezwaai kijken we hem aan. “Insecten bedoel je? Of toeristen? Want ik ben er vrij zeker van dat dat laatste de bedoeling is…” Meer lezen!


Onze reis

Route

Quito (1), Lago Agrio (2) en het Cuyabeno Nationaal Park, Tena (3), Baños de Agua Santa (4) en Cuenca (5). Omdat de vermoeidheid bij mijn zusje toe begon te slaan, besloten we El Reventador, Coca, Chimborazo en La Nariz del Diablo over te slaan.

In totaal brachten wij 25 dagen door in Ecuador. Onze route was 1.211 kilometer lang. Dat betekent dat we gemiddeld zo’n 48 kilometer per dag hebben afgelegd. Dit deden we per bus.


Dinsdag 20 en woensdag 21 maart 2018
Donderdag 5 april tot en met zondag 8 april 2018

Quito

Hoewel Quito de hoofdstad is van Ecuador is het niet de grootste stad. Die eer gaat naar Guayaquil. De stad is gelegen op een gemiddelde hoogte van 2.850 meter boven zeeniveau, tussen de bergen van de Cordillera Occidental, omgeven door maar liefst veertien actieve vulkanen en dichtbij de evenaar. Die ligging vlakbij de evenaar maakt het mogelijk om als toerist vanuit Quito de evenaar te bezoeken. Je kunt daarbij zowel het monument (dat door het ontbreken van GPS op het verkeerde punt werd gebouwd) als de echte evenaar bezoeken. Ook Quito zelf, wiens historisch centrum in 1978 als één van de eerste steden ter wereld, op de werelderfgoedlijst van UNESCO terecht kwam, is het bezoeken waard. De stad is verdeeld in een oud en een nieuw centrum. In deze laatste vind je onder andere het zakencentrum en het toeristenkwartier. Vanuit de stad heb je zicht op het standbeeld de Maagd van Quito. Het beeld staat gebouwd op een tweehonderd meter hoge heuvel en biedt tevens een fantastisch uitzicht over de stad.

De reis er naartoe

Vanwege ons Galapagos avontuur bezochten we Quito twee keer: de twee dagen ervoor en de vier dagen erna. Omdat we ervoor alleen in Quito verbleven om te wachten op onze vlucht naar de Galapagos Eilanden, boekten we een hotel zo dicht mogelijk bij het vliegveld. Omdat we om 23:40 aankwamen, zorgde het hotel ervoor dat een taxi ons kwam ophalen. Voor deze rit van ongeveer 12 kilometer betaalden we $7,00 (€5,70) in totaal.

De tweede keer, nadat we terug kwamen uit de Galapagos Eilanden, hadden we tijd om de stad ook daadwerkelijk te bezoeken. We namen daarom een hotel in de stad zelf. Voor deze taxirit, die ongeveer 38 kilometer en 45 minuten tot een uur duurde, betaalden we $25,00 (€20,40) in totaal.

Onze accommodatie

Het eerste hotel, dat we via Booking.com boekten, lag in het dichtstbijzijnde dorp Tababela. Voor een kamer met twee tweepersoonsbedden en ontbijt in het Las Mercedes Airport-Quito Hotel betaalden we $21,25 (€17,30) per persoon per nacht.

Het tweede hotel, dat een stuk luxer was dan het eerste, had mijn moeder specifiek uitgezocht om onze gezamenlijke vakantie op een fijne manier te beëindigen. Hier betaalden we voor een kamer met drie eenpersoonsbedden, airconditioning en ontbijt $31,15 (€25,40) per persoon per nacht. In tegenstelling tot het eerste hotel, lag het Nü House Boutique Hotel in La Mariscal, een gezellige wijk (vol barretjes en eettentjes) in Quito.

Wat is er te doen?

Wie niet hoeft te vliegen kan Tababela beter overslaan. Buiten een bezoek aan Chester’s Pizza (waar de porties groot en lekker zijn), is hier niéts te doen. Ben je van plan om cultuur te combineren met ontspanning? Dan is La Mariscal de uitgelezen plek om te verblijven. Zowel te voet als met het openbaar vervoer kun je de stad van hieruit verkennen.

De Panecillo
De Panecillo is een tweehonderd meter hoge berg waarop de Maagd van Quito prijkt. Hoewel je ook een taxi naar de top kunt nemen, besloten wij er vanuit ons hotel en door het oude stadscentrum naar toe te lopen. Eenmaal boven, kun je $1 betalen om van het uitzicht te genieten.

Na de klim en een uitgebreide lunch in het oude centrum, liepen we via Parque El Ejido weer terug naar het hotel. Wie nog plek heeft in zijn/haar backpack kan hier een aantal leuke souvenirs inslaan. Houd je niet van wandelen? Dan kun je beter gebruik maken van het openbaar vervoer. Wij liepen die dag bijna zestien kilometer in drie uur en veertig minuten. Een cocktail in één van de vele bars rondom het hotel, is daarom de ideale afsluiter van een geslaagde dag.

Het middelpunt van de aarde
Op ongeveer dertig kilometer ten noorden van Quito ligt het Mitad del Mundo-monument. Met de bus kun je er, via het busstation Ofelia, voor slechts $0,40 per persoon naar toe gebracht worden. Deze rit duurt ongeveer anderhalf uur. Hier aangekomen betaal je $5 per persoon om het daadwerkelijke monument te bezoeken. Omdat wij niet geïnteresseerd waren in deze toeristische trekpleister, besloten wij deze entree niet te betalen en direct het échte middelpunt van de aarde te bezoeken.

De Catequilla, zoals deze plek wordt genoemd, werd tweeduizend jaar geleden door de Inca’s ontdekt. Omdat deze plek op een loopafstand van zes kilometer en op een heuvel ligt, besloten we er een taxi naar toe te nemen. Voor $20 (€16,30) werden we er uiteindelijk naar toe en terug gebracht door een chauffeur die er zelf nog nooit van gehoord had. Op twee motorrijders na, waren wij er helemaal alleen. Een aanrader voor wie, even weg van alle toeristen, in alle rust wil genieten van deze magische plek.

Hoeveel heeft het ons gekost?

Een verblijf in Quito hoeft helemaal niet duur te zijn. Omdat wij al onze dagen in Quito met onze moeder doorbrachten, gaven wij meer uit dan normaal. Als ik de twee dagen in Tababela en vier dagen in La Mariscal bij elkaar optel, komen wij op een gemiddelde van €54,10 per persoon per dag uit. Daarvan ging €22,70 naar de accommodatie, €23,45 naar het eten en drinken, €2,95 naar het vervoer en €5 naar alle overige kosten.

Ben je zelf van plan om de stad te bezoeken? Dan kun je prima uit de voeten met een lager budget. Voor €8 per persoon verblijf je in een tweepersoonskamer in een hostel in La Mariscal en voor datzelfde bedrag per dag kun je prima eten.

Gaan omdat…
Het maken van een wandeling door het oude stadscentrum een aanrader is. Je kunt hier gemakkelijk te voet naartoe en hebt vanuit het centrum een prachtig uitzicht op de Panecillo. Wie niet bang is om een beetje te zweten, beklimt deze laatste zelf.

Het openbaar vervoer makkelijk en goedkoop is. Ongeacht je bestemming betaal je $0,25. Ga je iets verder? Bijvoorbeeld naar La Mitad del Mundo? Dan betaal je op busstation Ofelia nog eens $0,15 extra.

Je altijd al het middelpunt van de aarde hebt willen bezoeken. Vergeet het toeristische monument en bezoek het Catequilla. In tegenstelling tot de horde toeristen bij het monument, kom je hier nagenoeg niemand tegen.

Voorbij gaan omdat…
Quito een gevaarlijke stad is. Hoewel je je niet onveilig hoeft te voelen, dien je wel waakzaam te zijn. Ga niet ’s nachts ronddwalen, verlies je waardevolle spullen niet uit het oog en maak gebruik van de officiële gele taxi’s.

Hoewel La Mariscal een heel gezellige wijk is, het er in het weekend enorm rumoerig kan zijn. Vooral als je er slaapt, is dat niet altijd even prettig.

Maandag 9, dinsdag 10, woensdag 11 en maandag 16 april 2018

Lago Agrio

Wil je het Cuyabeno Nationaal Park bezoeken? Dan dien je af te reizen naar Nueva Loja (dat beter bekend staat onder de naam Lago Agrio). Als je dit doet zonder van te voren een tour te boeken en dus niet in de stad opgehaald wordt, dien je te allen tijde waakzaam te blijven. Vanwege de nabijheid van de Colombiaanse grens staat de stad bekend om zijn criminaliteit (drugs en prostitutie).

De reis er naartoe

Vanuit het stadscentrum in Quito kun je voor $12 (€9,70) de taxi naar het zuidelijke busstation Terrestre Quitumbe nemen. Omdat deze rit door het drukke verkeer een uur kan duren, is het verstandig om op tijd te vertrekken. De busrit naar Lago Agrio duurt acht uur en, vanwege de veiligheid, wil je liever niet in het donker arriveren. Gelukkig zette de taxi ons net op tijd op het busstation af om de bus van 09:00 bij Baños te halen. Geheel in stijl (met oplaadstation en wifi) zette deze ons op onze bestemming af.

Onze accommodatie

Via Booking.com reserveerde ik een tweepersoonskamer met eigen badkamer voor $16,50 (€13,45) per persoon per nacht in Hotel Las Acacias. We kozen deze kamer vanwege de relatief lage prijs, goede recensies en nabijheid van het busstation. Voor een paar euro meer per persoon per nacht, hadden we ook voor Hotel Marques Amazonico kunnen kiezen: dit hotel lag ook vlakbij het busstation en had – behalve goede recensies – ook een zwembad. Las Acacias is ons echter goed bevallen. De kamer was groot, met twee aparte tweepersoonsbedden, een eigen badkamer, een televisie, uitstekende wifi en airconditioning. Hoewel er geen restaurant was, en de eigenaren alleen Spaans spraken, zouden we hier zeker terugkomen.

Wat is er te doen?

Wie Lago Agrio bezoekt, doet dat alleen omdat hij/zij een verblijf in het Cuyabeno Nationaal Park heeft geboekt. Omdat wij van tevoren nog in de veronderstelling waren dat we ter plekke een tour konden boeken, besloten wij hier een paar dagen te verblijven om dat te regelen. Gedurende deze dagen verdiepte ik mij met behulp van TripAdvisor in de verschillende lodges en koos er drie uit bij wie ik informeerde naar de mogelijkheden op korte termijn.

Voor welke lodge kies je?
Omdat alle lodges ongeveer hetzelfde programma aanbieden, is het lastig om een keuze te maken. Het is daarom belangrijk om van te voren goed te weten wat jij precies belangrijk vind. Omdat de Aguas Negras Lodge ver van alle andere lodges verwijderd lag (en het daardoor minder waarschijnlijk was dat we daar te veel het pad van andere toeristen zouden kruisen), was dat onze eerste keus. Daarnaast boden ze een programma waarin we niet alleen in de lodge, maar ook daarbuiten zouden kamperen. Omdat de lodge alleen een zevendaagse tocht voor $840 ($790 voor ons vanwege de last-minute boeking) vanaf zaterdag aanbood, besloten we dit niet te doen. Niet alleen was dit ver boven ons budget – het betekende ook dat we ons na vandaag nog drie volle dagen in Lago Agrio moesten zien te vermaken. Omdat Fabian, de eigenaar en gids van deze lodge, dat volledig begreep gaf hij onze contactgegevens aan Charlotte – de manager van de Bamboo Lodge.

Toevallig was dit één van de andere twee lodges die we al hadden geschreven, waardoor we uiteindelijk een keuze moesten maken tussen de Bamboo Lodge en de Nicky Lodge. Deze eerste sprak ons aan vanwege haar kleinschaligheid (er was slechts plaats voor twintig personen) en het feit dat zij door Fabian aangeraden werd. De tweede (Nicky Lodge) sprak ons aan vanwege haar locatie (verder verwijderd van de andere lodges) en haar wens om de groepen zo klein mogelijk te houden. Uiteindelijk volgden we ons gevoel en kozen voor de Bamboo Lodge. Achteraf zal blijken of dit de juiste keuze was.

Alternatief
In plaats van het Cuyabeno Nationaal Park, zou je ook het Yasuni Nationaal Park kunnen bezoeken. Het hart van dit park is alleen bereikbaar per kano of motorboot. Vanuit Quito reis je in acht uur tijd met de bus (of een half uur vliegen) naar Coca (Puerto Francisco de Orellana) – de toegangspoort tot dit park. Als grootste nationale park van Ecuador, biedt Yasuni naast een prachtig stuk regenwoud ook een grote variatie aan flora en fauna. In 1989 werd het opgenomen op de werelderfgoedlijst van UNESCO en het is voor toeristen, net als het Cuyabeno Nationaal Park, niet toegankelijk zonder een gids.

Hoeveel heeft het ons gekost?

Een verblijf in Lago Agrio is niet duur. Voor onze accommodatie betaalden we via Booking.com* dan wel $16,50 (€13,45) per nacht, maar voor het eten en drinken ben je hier haast niets kwijt. Een eenvoudige maaltijd kost tussen de $1,65 en $3 per persoon en vervoerskosten zijn er (bijna) niet. Alleen wanneer je van en naar het stadscentrum wil reizen, betaal je $0,70 per persoon. Dat betekent dat je met een dagbudget van €20 per dag, prima uit de voeten zou moeten kunnen.

*Nadat we terug kwamen uit het Cuyabeno Nationaal Park besloten we om nog één nacht in Lago Agrio te verblijven, omdat we anders pas laat in de avond in Tena aan zouden komen. Dit keer boekten we niet via Booking.com, maar reserveerden we een kamer bij de eigenaresse zelf voordat we naar Cuyabeno vertrokken. Voor die nacht betaalden we slechts $12,50 (€10,10) per persoon.

Gaan omdat…
De friet van restaurant Los Andes (dat tussen Hotel Marques Amazonico en de supermarkt in ligt) heerlijk is. Tel daarbij de goedwerkende wifi van het hotel op, en je kunt hier prima één nacht verblijven voordat je naar het Cuyabeno Nationaal Park vertrekt.

Voorbij gaan omdat…
Lago Agrio een slechte reputatie heeft op het gebied van veiligheid. Daarbij moet ik wel opmerken dat hoewel de huizen, hotels en winkels nog steeds goed beveiligd worden met behulp van tralies en hekwerken, wij het gevoel hadden dat het tegenwoordig niet meer zo onveilig is als vroeger. Waar de eigenaresse van het hotel ons waarschuwde om onze mobiele telefoon niet in het openbaar te gebruiken, vertelde onze gids in het Cuyabeno Nationaal Park dat dat geen probleem zou moeten vormen.

Er naast het brengen van een bezoek aan het nationaal park, niets te doen is.

Donderdag 12 tot en met zondag 15 april 2018

Het Cuyabeno Nationaal Park

Het Cuyabeno Nationaal Park is het op één na grootste natuurreservaat in Ecuador en is gelegen in twee van Ecuadors provincies: Sucumbios (dat aan Colombia grenst) en Orellana (wiens hoofdstad Puerto Francisco de Orellana de toegangspoort tot het Yasuni National Park vormt).

De reis er naartoe

Hoewel elke lodge een vast verzamelpunt in Lago Agrio heeft, bood onze lodge aan om ons bij het hotel op te komen halen en naar dit punt te brengen. Hier (in ons geval Hotel D’Mario), namen we samen met de gasten van de Cayman Lodge de bus.

Na een busrit van twee uur arriveerden we bij de ingang van het park. Vanuit hier werden alle gasten per boot naar hun lodge gebracht. In ons geval waren dat, naast ons, nog twee andere gasten en de gids. Deze laatste stopte tijdens de tocht regelmatig om ons het wildlife te laten zien en erover te vertellen. Uiteindelijk arriveerden we twee uur later in de lodge, waarbij we precies op tijd waren om te lunchen.

Onze accommodatie

In totaal verbleven we vijf dagen en vier nachten in de Bamboo Lodge. Deze lodge, die naast de Cayman Lodge en vlakbij de Laguna Grande ligt, heeft acht kamers die plaats bieden aan twee tot drie personen per kamer.

Het programma van de lodge bestaat, net als bij bijna alle andere lodges, uit een ochtendprogramma (na het ontbijt), een siësta (na de lunch), een laat middagprogramma en (af en toe) een avondprogramma (na het avondeten). Hoewel deze accommodatie eenvoudiger is dan de meeste andere accommodaties, vonden wij het verblijf er enorm prettig. De kamers zelf zijn gehorig, maar wie dat vervelend vindt kan zonder problemen uitwijken naar de eetruimte (waar koffie, thee en water gratis beschikbaar wordt gesteld) of de relaxruimte aan het water.

Wat neem je mee?
Door de hoge luchtvochtigheid en fikse regenbuien gedurende het regenseizoen is het raadzaam om voldoende kleding mee te nemen. De kleding droogt hier (bijna) niet, waardoor het slim is om een extra bikini of zwembroek mee te nemen. Waar regenlaarzen en poncho’s door bijna alle lodges worden verstrekt, is het verstandig om zelf een waterdichte tas en (onderwater)camera mee te nemen. Op die manier ben je er zeker van dat je waardevolle spullen niet nat worden. Bescherm jezelf daarnaast met een zonnebrandcrème met een hoge factor (50-100), insectenspray (minimaal 50% DEET) en een inenting tegen gele koorts. Deze laatste neem je natuurlijk voordat je op reis gaat, maar de eerste twee kun je in Lago Agrio zelf aanschaffen.

Wat is er te doen?

Omdat het mogelijk is om alle dagen te starten met een drie-, vier- of vijfdaags programma, kan de samenstelling van de groep van dag tot dag verschillen. Afhankelijk van deze samenstelling, het weer en eventuele wensen vanuit de groep zelf, wordt het programma de avond van te voren doorgesproken en eventueel aangepast.

De eerste dag
Na de lunch en een siësta, stapten gids Elvis en mijn zusje in de ene kano, terwijl de andere gast en ik plaats namen in de andere kano. Rustig verkenden wij de omgeving, waarbij we vlak voor zonsondergang in de Laguna Grande eindigden. Hier namen we een duik in het meer, alvorens we aanschoven voor het avondeten.

Hoewel we al een lange dag achter de rug hadden, stapten we na het eten opnieuw in de (motor)boot. Wildlife zagen we niet. Wel genoten we van de prachtige sterrenhemel.


De tweede dag
Na het ontbijt maakten wij en één andere gast zich klaar voor een drie uur lange wandeling. Daarbij trokken we onze nog vochtige bikini aan en wurmden ons in een set regenlaarzen. Dat we die laatste hard nodig bleken te hebben, bleek toen ik in de modder vast kwam te zitten, voorover viel en er op het nippertje in slaagde om mijn telefoon van deze val te redden. Met een modderige broek zette ik de rest van de wandeling voort. Daarbij stuitten we onder meer op een enorme vogelspin, werden we belaagd door een zwerm bijen en leerden we hoe te overleven in de jungle. Omdat we na de tocht plakkerig, modderig (ik) en bezweet waren, peddelden we naar het midden* van het meer om opnieuw een frisse duik te nemen.

Na deze duik, roeiden we terug naar de lodge en schoven we aan voor de lunch. Vlak daarna werden we overvallen door een paar fikse regenbuien, waardoor onze plannen voor die avond in het water vielen. In plaats van een avondwandeling na het eten, namen we de motorboot om wildlife te spotten. Hoewel we helaas geen anaconda’s zagen, werden we wel getrakteerd op verschillende zoetwaterdolfijnen.

*Vanwege de diepte bevinden zich in het midden van het meer geen anaconda’s in het water. Deze houden zich voornamelijk op aan de rand, waardoor zwemmen alleen mogelijk is in het diepe.


De derde dag
Op de derde dag vertrokken we al vroeg in de ochtend om een bezoek te brengen aan de Siona-bevolking die op een uur varen van de lodge woonden. Naast een wandeling door het park, bakten we hier het traditionele yuccabrood met Virginia en bezochten de sjamaan die enkele ceremoniële genezingen bij ons verrichtte. Hoewel het geheel ons van tevoren nogal toeristisch leek, viel dit achteraf wel mee. Bovendien maakte ik hier een nieuwe vriend die, tijdens het bakken van het brood, gezellig naast mij kwam zitten.

Toen we in de middag weer in de lodge arriveerden, maakten we kennis met twee nieuwe gasten. Samen met hen namen we direct de motorboot voor een tocht over de rivier. Hierbij zagen we opnieuw de zoetwaterdolfijnen en eindigden we in het meer voor de gebruikelijke zwempartij. Na het avondeten verdrongen we ons met zijn vijven om de gids die had besloten om de avondwandeling, die de dag ervoor niet door was gegaan, deze avond in te halen.


De vierde dag
Op de vierde dag vertrokken we voor het ontbijt al om een tocht met de motorboot te maken. Omdat het nog vroeg was, besloot niet iedereen mee te gaan en waren we slechts met zijn vieren. Ons doel? Het spotten van vogels. Helaas slaagden we er niet in veel te zien en hadden de laatslapers niets gemist.

Na het ontbijt vertrok de gast die we de eerste dag ontmoet hadden naar huis en stapten wij met de gids en de twee nieuwelingen opnieuw op de motorboot. Dit keer namen we de kano mee, zodat we een nieuw stuk van het park konden ontdekken dat met de motorboot niet toegankelijk was. Hoewel het een leuk idee was, bleek het in de praktijk flink tegen te vallen. Zowel de Indiër als de Canadees voelde zich niet geroepen om te peddelen, waardoor het zware werk op onze schouders viel. Terug bij de lunch vielen Noëlle en ik dan ook op het eten aan en beloofden elkaar plechtig nooit meer met deze twee mannen in één kano te stappen.

Na de siësta besloten we opnieuw een wandeling te maken, alvorens we voor de laatste keer naar het meer voeren voor een zwempartij. Waar Noëlle, de Indiër en de gids de avond besloten af te sluiten met een Ecuadoraans biertje, gingen de Canadees en ik vroeg naar bed.


De vijfde dag
Hoewel de gids ons van harte uitnodigde om voor het ontbijt nog een tocht in de kano te maken, bedankten we hem (met de gedachte aan de dag ervoor) vriendelijk en schoven om acht uur pas aan voor het ontbijt. Na het ontbijt pakten we onze spullen en namen we samen met twee meiden en de gids van de Cayman Lodge de motorboot terug naar de parkingang. Vlak voordat we daar arriveerden, hadden we geluk en zagen we de anaconda!* Blij stapten we uit de boot en voegden ons bij de schare toeristen, die in verschillende bussen terug naar Lago Agrio (of indien gewenst Quito) gebracht werden. Omdat het toewijzen van wie in welke bus hoorde, ongeveer een uur duurde (waarbij wij ons aan de gids van onze buurlodge klampten), arriveerden we pas rond drie uur weer in Lago Agrio.

*In het regenseizoen staat het water hoog en is het een stuk lastiger om dieren, zoals de beroemde anaconda, te spotten. Wie de kans op het spotten van deze slang wil vergroten, kan dus beter in het droge seizoen (februari, september en oktober) een trip naar het Cuyabeno Nationaal Park boeken.

Hoeveel heeft het ons gekost?

Een verblijf in het Cuyabeno Nationaal Park is natuurlijk een stuk duurder dan het verblijf in de rest van Ecuador. Wat je precies kwijt bent is afhankelijk van de lodge en het aantal dagen dat je gaat. Wij betaalden voor vijf dagen en vier nachten in de Bamboo Lodge $360 (€290) per persoon (inclusief fooi). Dat komt neer op ongeveer €61 per dag, als je bedenkt dat je de vijfde dag ook nog ’s avonds moet eten en slapen.

Bij de Nicky Lodge zouden we niet veel meer kwijt zijn geweest. Bij Aguas Negras daarentegen, komt de totaalprijs voor zeven dagen neer op $840 (€680), en dus bijna €100 per persoon per dag. Als dat in je budget past, is dat wellicht een aanrader. Je verblijft ver weg van de andere toeristen en kampeert zo’n vier van de zes nachten buiten de lodge, in de Amazone.

Gaan omdat…
Het Cuyabeno Nationaal Park in vergelijking met het Yasuni Nationaal Park heel betaalbaar is. Als je bedenkt dat een bezoek aan de Amazone al mogelijk is voor €60 per persoon per dag, zie ik geen enkele reden om niet te gaan.

Het geen enkel probleem is om last-minute te boeken. In het laagseizoen is er voldoende plek, de lodges reageren meestal dezelfde dag en in sommige gevallen krijg je wellicht nog korting ook.

De gidsen bijzonder aardig en enthousiast zijn. Hun kennis van de Amazone, delen ze graag met je.

Het varen over de rivieren, door de jungle en onder een prachtige sterrenhemel een droom was die eindelijk uit kwam. Wellicht is het dat voor jou ook.

Voorbij gaan omdat…
Het feit dat bijna alle lodges hetzelfde programma voor dezelfde prijs aanbieden, het geheel een tikkeltje toeristisch maakt. Hoewel we daar geen fan van zijn, was het niet direct een reden om eraan voorbij te gaan. Wij zochten in plaats daarvan een lodge die zo kleinschalig mogelijk was.

Je een ontzettende luxe-poes bent en je van het idee aan zweet, voortdurend natte kleren en tienduizend muggenbulten, spontaan begint te hyperventileren.

Dinsdag 17 en woensdag 18 april 2018

Tena

Gelegen in het Amazonegebied, is Tena de hoofdstad van de provincie Napo. Wanneer je vanuit Lago Agrio richting Baños de Agua Santa reist, kan dat per bus via Tena of Puyo. Als je tijd hebt, kun je onderweg de San Rafael watervallen bezoeken. Deze liggen op ongeveer twee uur rijden met de bus vanuit Lago Agrio.

De reis er naartoe

In Lago Agrio besloten we om 10:20 de bus naar Tena met Jumandy te nemen. Omdat de chauffeur stevig doorreed en slechts één keer stopte voor een toiletpauze, bereikten we onze bestemming vijf uur later al. Vanuit het busstation liepen we vervolgens in tien minuten naar ons hostel.

Onze accommodatie

Voor $8,75 (€7,10) per persoon per nacht boekten we via Booking.com een kamer in Hostal Tena vanwege de nabijheid van het busstation. Hoewel de kamer niet bijzonder schoon was, de douche koud, de ventilator kapot en de wifi tenenkrommend langzaam, maakte de vriendelijkheid van de eigenaar en het uitgebreide ontbijt een hoop goed. Niet direct een aanrader, maar – mede dankzij de grote ruimtes die we niet hoefden te delen – ook geen afrader.

Wat is er te doen?

Hoewel je in Ecuador op veel plaatsen kunt raften, is Tena absoluut de beste keuze. Vanwege haar ligging, aan het begin van de rivier, is het water hier een stuk schoner dan in Baños.

Rafting
Voor $75 (€61) per persoon boekten we een volledige dag (09:00-15:30) raften met lunch bij AquaXtreme. Voor dat bedrag werden we bij ons hostel opgehaald en ook weer teruggebracht. Omdat we slechts met zijn tweeën, een vrijwilligster van het bedrijf en twee gidsen waren, kozen we ervoor om op een wilder punt van de Jatunyacu-rivier te starten dan gebruikelijk. Op die manier werden we, na de uitgebreide veiligheidsinstructies, letterlijk direct in het diepe gegooid. Vier uur lang beleefden we een perfecte dag op het water, waarbij de boot slechts één keer in zijn geheel omsloeg. Het diner bij El Vagabundo, waar we met gids Toby en vrijwilligster Theresa naderhand naartoe gingen, vormde de perfecte afsluiter van een zeer geslaagde dag.


Hoeveel heeft het ons gekost?

Met €52,60 per persoon per dag gaven we in Tena gemiddeld meer uit dan in de rest van het land. Daarbij was het raften (€30,50 per dag) verreweg het duurst. Voor de accommodatie betaalden we €7,10 per nacht en het avondeten kostte ons gemiddeld €8,70. Daarbij waren zowel het eten als het raften, elke cent waard.

Gaan omdat…
Tena veel gezelliger is dan Baños de Agua Santa. Op de Malecón liggen verschillende leuke bars voor een drankje en bij het Duitse restaurant El Vagabundo waan je je weer even helemaal thuis.

De dag die we raftend in Tena doorbrachten één van onze favoriete dagen gedurende de gehele wereldreis was. Van de activiteit, tot het gezelschap en het eten: het was perfect.

Donderdag 19, vrijdag 20 en zaterdag 21 april 2018

Baños de Agua Santa

Baños de Agua Santa, wiens naam verwijst naar de vulkanische warmwaterbronnen die rondom de stad ontspringen, wordt ook wel Baños genoemd. De stad ligt in een dal, op een hoogte van 1.830 meter, aan de voet van de actieve Tongurahua vulkaan. De plaats is een enorme trekpleister voor toeristen, die er onder andere komen raften, ziplinen, fietsen en schommelen boven de afgrond.

De reis er naartoe

Vanuit Tena vertrekken er doorlopend bussen naar Baños. Omdat het niet nodig is om van tevoren een kaartje te kopen, arriveerden wij er na het ontbijt. Hier werden we bijna direct aangesproken door een toeriste die ons last-minute haar kaartje wilde verkopen. Terwijl de bus al op het punt stond te vertrekken, drukte mijn zusje haar het geld in handen en werden onze rugzakken nog vlug ingeladen. Omdat deze toeriste een gereserveerde plaats had, werden er een aantal locals door de medewerker gesommeerd om voor ons op te staan. Drie uur later arriveerden we op onze bestemming, waarna we naar ons hostel liepen.

Tip
Hou je niet van toeristische trekpleisters? Stap dan niet uit de bus als deze Baños passeert. Heb je dat per ongeluk wel gedaan? Vind dan gelijkgestemde zielen die dezelfde fout maakten, en drink samen een biertje (of twee, drie).

Onze accommodatie

Vanwege een foute prijsweergave op Booking.com werd onze eerste accommodatie last-minute geannuleerd en boekten we één avond van tevoren voor $7 (€5,75) per persoon per nacht een tweepersoonskamer met gedeelde badkamer en keuken in Hostal Cañalimeña. Hoewel we geen gebruik wilden maken van de te kleine, rommelige keuken, waren zowel de kamer als de badkamer prima. Voor $1,50 per kilo werden onze kleren gewassen en gedroogd, de muziek uit de omringende discotheken bezorgden ons geen last en de wifi werkte uitstekend. Dat laatste dankten we waarschijnlijk aan het feit dat de router tegenover onze kamer in de gang hing.

Wat is er te doen?

Raften of bungeejumpen? De perfecte Instagram-foto schieten op de schommel bij La Casa del Arbol of toch een bezoek aan één van de thermische baden? In Baños kan het allemaal. Wij besloten echter geen van dit alles te doen en alleen een fiets te huren om de verschillende watervallen in de omgeving te bezoeken.

Ruta de las Cascadas
Voor $5 (€4,05) per dag huur je een fiets, helm en slot en ontvang je een gratis plattegrond. Met de fiets is het de bedoeling dat je verschillende watervallen bezoekt over een weg die grotendeels bergafwaarts gaat. Hoewel dat laatste aantrekkelijk klinkt, valt de realiteit tegen. De fietsroute voert over drukke wegen, waardoor het lastig ontspannen is. Gelukkig werden wij na zestien kilometer beloond met het zien van de Pailon del Diablo (die van twee kanten bekeken kan worden). Hier ontmoetten we een Duits koppel dat net zo min onder de indruk was van de fietsroute. Samen met hen staakten we onze fietstocht vroegtijdig en namen voor $3 per persoon de (fiets)bus terug naar Baños. (Wanneer deze niet gevuld is met het maximum van zes personen, kun je ervoor kiezen om samen het totale bedrag van $12 te betalen. Omdat in Baños een welverdiende alcoholische versnapering wachtte, besloten wij tot dat laatste.)


Hoeveel heeft het ons gekost?

In Baños gaven we €23,70 per persoon per dag uit. Daarbij ging €5,75 naar de accommodatie, €12,15 naar het eten en drinken, €2,75 naar het vervoer en €3,05 naar alle overige kosten.

Hoewel onze overige kosten laag waren omdat wij nog uitgeput waren na de drukke dagen in het Cuyabeno Nationaal Park en Tena, hoeft een verblijf sowieso niet duur te zijn. Het huren van een fiets ($5), de entree van de watervallen ($2), het schommelen boven de afgrond ($1) of een bezoek aan de spa ($2) is zeer betaalbaar.

Gaan omdat…
Er in Baños veel te doen is en er voor iedereen wat wils is. Of het nu gaat om een avontuurlijke activiteit als raften, het bewonderen van het natuurschoon of het feesten in één van de vele discotheken. Baños slaapt nooit.

Voorbij gaan omdat…
Baños een toeristische trekpleister is, waar je niet te lang wilt blijven plakken.

Chimborazo

Vanaf de zeespiegel gemeten is de vulkaan Chimborazo 6.310 meter hoog en daarmee niet de hoogste berg ter wereld. Wanneer de top van de Chimborazo echter gemeten wordt vanaf het middelpunt van de aarde is hij 6.384 meter hoog en daarmee zo’n 2.000 meter hoger dan de Mount Everest. Om deze berg te beklimmen zul je dan ook getraind moeten zijn. Het is namelijk geen makkelijke klim. Deze start al op 4.800 meter hoogte, maar de meeste bezoekers klimmen niet verder dan de eerste rustplaats op 5.000 meter.

Omdat we al behoorlijk wat tijd door hadden gebracht in Ecuador en vooral Noëlle vol ongeduld uitkeek naar Cuenca (waar we Spaanse lessen zouden gaan volgen) en Peru, besloten we niet in Chimborazo te verblijven. Nadat we de prijzen voor de accommodaties op Booking.com hadden bekeken, was dat maar beter ook. Er lag slechts één accommodatie aan de voet van de Chimborazo, en een stuk of twee accommodaties een paar kilometer verderop. Wellicht een aanrader voor reizigers met een groter budget, maar niet voor ons.

La Nariz del Diablo

La Nariz del Diablo (oftewel Devil’s Nose) is één van de moeilijkste en gevaarlijkste treintracks ter wereld, omdat deze berg niet alleen een enorme uitdaging vormde tijdens de aanleg van de rails, maar ook nog daarna. Terwijl het voorheen toegestaan was om op het dak van de trein te rijden, is dat tegenwoordig (door een serie ongelukken die plaatsvonden) niet meer toegestaan. Wel kun je tijdens de klim en de afdaling genieten van prachtige uitzichten. Voor $33 (€26,75) per persoon reis je vanuit Alausí naar Sibambe en terug. De rit duurt twee en een half uur en vertrekt drie keer per dag op alle dagen, met uitzondering van de maandag.

Ook deze treinrit moest het afleggen tegen Noëlles ongeduld. We besloten ook deze rit over te slaan, zodat we op maandag (en niet midden in de week) met onze Spaans lessen in Cuenca konden beginnen.

Zondag 22 tot en met vrijdag 27 april 2018

Cuenca

Waar Cuenca nu ligt, lag vroeger een oude Inca stad. Tegenwoordig staat de stad bekend om zijn panamahoeden- en keramiekindustrie. Als je als reiziger Spaans wilt leren, kun je dit in Cuenca doen. Er zijn verschillende scholen die individuele-, groeps- en cultuurlessen bieden. Daarnaast is er ook een mogelijkheid om bij een gastgezin in te wonen, zodat je de lessen direct in de praktijk kunt oefenen.

De reis er naartoe

Vanuit Baños kozen wij voor de directe bus van Amazonas, die (onder meer) om 08:45 vanaf het busstation vertrok. Tijdens de zeven en een half uur durende rit passeerden we Riobamba en Alausí. Nadat we onze bestemming om kwart over vier bereikten, namen we voor $2 in totaal een taxi naar het hostel.

Onze accommodatie

Voor $7,15 (€5,80) per persoon per nacht boekten we zes dagen lang een kamer met gedeelde badkamer en keuken, maar mét ontbijt in Casa Rumi. Hoewel de eigenaar, Gary, in eerste instantie heel vriendelijk leek, verbleven wij hier al na twee dagen met enorme tegenzin. Waar hij tegen de meeste gasten uiterst voorkomend was, werden wij voortdurend vermanend toegesproken. Waarom? Ik durf het niet te zeggen. Ondanks de lage prijs, de ruime keuken en goede wifi, zou ik hier absoluut niet meer willen verblijven. Voor mij was het met afstand het verschrikkelijkste verblijf van onze wereldreis. En aangezien we daarbij ook Nepal en India aandeden, wil dat heel wat zeggen.

Wat is er te doen?

Omdat we graag Spaans wilden leren tijdens onze reis door Zuid-Amerika, boekten we in Cuenca een cursus van twintig lessen (in één week). Omdat er verschillende talenscholen zijn, vergeleken we de prijzen met elkaar en kozen uiteindelijk voor de Yanapuma Foundation and Spanish School. Hier betaalden we $120 (€98,60) voor een week.

Yanapuma Foundation and Spanish School
Vijf dagen lang gingen we van 09:00 tot 13:00 naar school. Waar mijn zusje in de beginnersklas les kreeg met twee anderen, volgde ik met één andere leerlinge de lessen op B1-niveau. Hoewel de kleinschaligheid van de school prettig was, misten de lessen een strakke structuur. Hoewel dat geen probleem is voor een gevorderde leerling (die vooral behoefte heeft om zoveel mogelijk te spreken), is dat niet ideaal voor een beginnende leerling.

Desondanks hebben we toch een nuttige en leuke week gehad. De leraressen waren zeer vriendelijk en we leerden veel over het land en de cultuur. Voor een week is het zeker een aanrader. Het geeft je de mogelijkheid om even uit het reizen te stappen en in het normale leven.


Hoeveel heeft het ons gekost?

In Cuenca spendeerden we €30,80 per persoon per dag. Daarbij betaalden we €5,80 voor de accommodatie, €6,85 voor het eten en drinken (inclusief ontbijt), €1,70 voor het vervoer en €16,45 voor de Spaanse lessen. Vanwege ons goedkope verblijf en het feit dat we elke avond zelf kookten, konden we deze laatste kosten goed compenseren.

Gaan omdat…
Cuenca in vergelijking met veel andere steden in Ecuador redelijk veilig is. Hoewel je hier ook gewoon voorzichtig moet zijn en ’s avonds niet alleen in het donker door de stad moet lopen, is de kans dat je hier iets gebeurt kleiner dan in bijvoorbeeld Quito.

Op anderhalf uur rijden met de bus, het Cajas Nationaal Park ligt. Iedereen die Cuenca bezoekt en van wandelen houdt, bezoekt normaal gesproken dit park. Omdat wij er na school geen tijd voor hadden en op vrijdagavond de bus al namen, besloten wij het over te slaan.

Voorbij gaan omdat…
Je op veel verschillende plaatsen in Zuid-Amerika Spaans kunt leren. Daarbij is het in een land als Peru of Bolivia waarschijnlijk nog een stuk goedkoper ook.

Kosten

Met een dagbudget van €40 tot €45 per persoon per dag, kom je in Ecuador een heel eind. Uiteindelijk spendeerden wij €43 per persoon per dag gedurende ons verblijf van drieëntwintig dagen.

Voor dat bedrag genoten we van een luxe verblijf in Quito met onze moeder, bezochten we het Cuyabeno Nationaal Park vijf dagen lang, gingen we raften in Tena en volgden we een week langs Spaanse lessen in Cuenca. Wil je hetzelfde doen? Ga dan uit van onderstaand budget.

SoortDagbudget
Accommodatie€7,50
Eten en drinken€7,50
Vervoer€2,50
Overigen€15
Cuyabeno€60
Totaal€45

Let op
Wij gingen in 2018 op reis. Het kan zijn dat de kosten inmiddels heel anders zijn. Het is daarom verstandig om van tevoren zelf nog aanvullend onderzoek te doen naar de te verwachten kosten voordat je je budget opstelt.

Meer lezen?

Ga dan terug naar de Galapagos Eilanden of verder naar Peru.